Zes inzichten uit het Nationaal Sportverenigingsdebat
Met minder volleybal heb ik in ene avonden over, en ging ik woensdag 8 oktober naar Varkenoord voor het Nationaal Sportverenigingsdebat. Zie ook het verslagje van de RVVB. Een zeer leuke en boeiende avond, en ik stak er veel van op. En ik heb de tijd weer eens wat op te schrijven.
Want vooraf dacht ik: eens horen hoe die kandidaat-Kamerleden kijken naar wat de sport en verenigingen nodig hebben. Maar de rode draad was anders. Om dingen voor de sport beter te regelen zijn niet de ideeën het probleem, maar de plek die sport momenteel in de politiek heeft. Sport heeft nog veel te winnen in de politiek. Zes inzichten.
Inzicht 1: democratie is mooi
Er zaten denk ik 150 geïnteresseerden in de zaal, plus 7 kandidaat-Kamerleden, hun ondersteuning en de organisatie. Iedereen met passie voor sport en verenigingen, grotendeels vrijwillig. Mensen die dingen beter willen maken. En kandidaten die ons willen vertegenwoordigen om te zorgen dat wetgeving beter wordt en overheden dingen goed aanpakken. Soms met verschillende ideeën, allemaal met respect en op zoek naar samenwerking. Democratie/politiek op TV is niet altijd iets om blij van te worden; democratie van zo dichtbij meemaken en aan meedoen stemt positiever.
Inzicht 2: verenigingsbewustzijn, niet vanzelfsprekend
Ik ging naar Rotterdam met het idee: benieuwd hoe deze politici kijken naar hoe we het verenigingsleven makkelijker, leuker of mooier maken. Het is toch logisch dat dat belangrijk is? Blijkbaar niet; administratief en regel-gedoe dat op clubs is afgekomen de laatste 10 jaar komt doordat allerlei wetgeving gemaakt is voor “organisaties”. Dus zonder onderscheid of uitzondering voor verenigingen. Ergens is een probleem, daar wordt wetgeving voor gemaakt, en ook verenigingen hebben er een gedoetje bij.
Mohammed Mohandis en Inge van Dijk zitten nu al in de Kamer en noemden dit “verenigingsbewustzijn”. Ze zijn sinds twee jaar bezig om dat terug te krijgen in zowel Kamer als overheid; (A) bij nieuwe wetgeving ook de consequenties voor verenigingen bekijken en (B) bestaande wetgeving aanpassen.
Een ander voorbeeld was het coalitieakkoord van twee jaar terug: allerlei maatregelen werkten ten nadele van de sport. Dat had alleen niemand door, omdat niemand met de sport-bril op naar het akkoord keek. En stonden we achteraan in de rij en met lege handen.
Inzicht 3: geld, geld, geld; sport achteraan in de rij
Goede wetgeving is een taak, verdeling van geld is een andere. Daar staat sport ergens onderaan de prioriteitenlijstjes. In plaats van dat er geld bij komt, staan budgetten enorm onder druk. Ik zag hoe moeilijk ook voor Kamerleden het is daar verandering in te brengen. Een paar problemen:
- Sport is een klein thema in de Kamer. Maar een paar Kamerleden die standaard bij de sport-vergaderingen zijn. En die hebben ook binnen hun eigen partij grote moeite om “Sport op 1” te krijgen.
- Sport is geen wettelijke taak overheden; sommigen dingen moeten, sport mag
- Sport/bewegen als gezondheidsinvestering? De rijksbegrotings-regels maken geen onderscheid tussen investeringen en normale uitgaven. “We verdienen het terug” telt niet.
- Verenigingen die voor subsidies/financiering vaak “concurreren” met professionelere organisaties
Er was ook hoop. Anders omgaan met investeringen zoals die in sport, bewegen en preventie? Geld bestemt voor klimaat of zorg toegankelijk krijgen voor accommodaties of meer sport? Een sportwet inclusief financiële verplichtingen? Loterijengeld zolang er geen alternatief is? Maar wie krijgt komende jaren voor elkaar dat één of meer van deze aankopingspunten zorgt voor meer geld voor sport?
Inzicht 4: ervaren en sport-gecommitteerde Kamerleden zijn cruciaal
Bij dit debat waren zeven kandidaat-Kamerleden. Het was duidelijk te merken dat twee al jaren met Sport bezig zijn in de Kamer, en de anderen niet. Bij Mohammed Mohandis en Inge van Dijk bleef het niet bij algemeenheden, maar zij gaven het idee goed te weten hoe echt iets voor mekaar te gaan krijgen. Ze wisten het best waar clubs concreet tegenaan lopen, welke wetgeving precies knelt, de (on)mogelijkheden in de begroting, welke politieke processen al lopen en hoe komende jaren dingen te verbeteren.
In elk geval Michiel van Nispen (SP) hoorde ook bij dit vaste clubje voor sport (De appgroep “Sport op 1”), hij neemt helaas afscheid. Gelukkig gaan deze twee door. Ook aanwezig in het publiek was Rudmer Heerema, tot twee jaar geleden zeer lang in de Kamer voor de VVD en een voorbeeld van dat je dan iets voor de sport kan bereiken; veel geld geregeld voor de Nederlandse (top)sport.
Dat groepje voor Sport moet weer groter worden. Dus welke partijen zorgen dat er vast iemand werk maakt van sport en zich dit ook eigen maakt? (en moeten we dus hoe sympathiek ook minder versplinterd zijn voor een betere Kamer?)
Inzicht 5: de strijd in de eigen partij is moeilijker dan onderling overeenstemming vinden
Ook deze avond waren partijen het meer eens dan oneens (wel/geen sportwet en wat moet hierin? hoe omgaan met loterijengeld voor sport?). Uit de ervaringen die Mohandis en van Dijk deelde bleef bij mij hangen:
- De moeite voor Mohandis om binnen zijn eigen partij voor elkaar te krijgen dat er van een bepaald klimaatpotje geld richting een klimaatpotje voor sport ging. Ik ken de details niet, maar het gaat erom dat er binnen een partij tegenover 1 fanatiekeling voor sport ook tig anderen staan met andere prioriteiten
- Van Dijk die ook woordvoerder financiën binnen de eigen partij is. Die dus goed begreep hoe die begroting en regels in elkaar steekt. En die dus ook soms ruimte zag of wat er nodig is aan regelverandering om vaker tot sportinvesteringen te kunnen komen. Deze mensen moeten er meer zijn! Cijfertjes-mensen die ook de portefeuille sport hebben.
Inzicht 6: lobby’en werkt
Heerema kaartte het in de jaren dat hij “het gezicht van de sport in de kamer” was altijd al aan. De sportlobby moet beter. Het ging al iets beter in zijn laatste jaren, zei hij in dit afscheidsinterview. Ging daardoor die BTW-verhoging van tafel?
De laatste jaren is ook de RVVB daar bij gekomen, die mede dit debat organiseerde, en opkomt voor de belangen van verenigingsbestuurders. Is dat het gegroeide “verenigingsbewustzijn?”
Ivo Opstelten, ook aanwezig, riep ook tot meer vaste kamerleden voor sport. Die het liefst ook de financiën doen. En een minister die zich hard maakt.
Van Dijk en Mohandis gaven ook aan: al die stemmen, signalen, onderzoeken en lobby uit het land helpt hen. Dat maakt hun positie in hun fractie en in de Kamer sterker.
Tot slot
Aan het einde van dit stukje schrijven kwam ik dit inhoudelijk sterke “lobby-document” vanuit “de sport” voor “de politiek” tegen. En kwam afgelopen week deze “brandblog” van Erik Scherder online. Met daarin ook de zin “Het resultaat: bij de komende verkiezingen is er niets te kiezen over uw gezondheid.”
Daar ben ik het na dit blog niet mee eens. Een stem op Mohandis (GL-PvdA, nr 13) of van Dijk (CDA, nr 4) is in elk geval iets. Een stem voor ervaren Kamerleden met commitment voor sport. Die weten hoe ze sport financieel gezien een stap verder kunnen helpen. Die in hun partij en in de Kamer het “verenigingsbewustzijn” vergroten en proberen “Sport op 1” te krijgen. En die misschien wel een kort lijntje met het aanstaande coalitie-akkoord en de toekomstig minister van Sport hebben? Liever D66 of SP? Ook die waren er met jonge, energieke kandidaten die een reële kans maken in de Kamer te komen en die ik zeker ga volgen. Bastiaan Meijer, nummer 4 van de SP. En Stephan Neijenhuis, nummer 23 voor D66.
We winnen veel met sport. En sport is politieker dan ik dacht. Daar valt ook nog veel te winnen. En je stem telt.
